Centrum Leren en Werken

Per week volgen de leerlingen 2 dagen les in het Centrum Leren en Werken (CLW) en gaan 3 dagen werken.
Beide lesdagen worden zo gegroepeerd dat de leerlingen, ofwel op maandag en dinsdag, ofwel op donderdag en vrijdag, de lessen volgen. De opleiding omvat 15 lesuren, opgedeeld in algemene vorming (AV) en beroepsgerichte vorming (BGV).

Algemene vorming (AV)
In de lessen AV (7 uur per week) krijg je de leerplandoelen van 2de graad, 3de graad en 3de leerjaar 3de graad. Deze leerplandoelen worden opgesplitst in een meerdere rubrieken.
Als Vakoverschrijdende Eindtermen (VOET) zijn het de VOETEN van het Beroeps Secundair Onderwijs (BSO). De vooropleiding, inzet en motivatie van de leerling zijn bepalend voor de slaagkansen en het maximumniveau dat kan worden bereikt binnen de algemene vorming.

Beroepsgerichte vorming (BGV)
In de beroepsgerichte vorming (8 lesuren) worden verschillende opleidingen aangeboden.

Werkplekleren

Naast de 2 dagen op school gaan ouders en leerlingen de verbintenis aan om het voorgestelde traject te volgen voor minstens 13 uren per week. De trajectbegeleiders van het Centrum Leren en Werken zetten dit traject met ouders en leerlingen uit in een trajectbegeleidingsplan.

Screening
Binnen de 14 dagen na de inschrijving vindt er een screening plaats. Die peilt naar arbeidsrijpheid, interesses, motivatie en verworven competenties.

Daarna wordt de leerling ingeschaald in een van de volgende trajecten:
Persoonlijk ontwikkelingstraject

Voortraject
Brugproject
Arbeidsdeelname

De leerlingen van het Centrum Leren en Werken hebben voor de lesdagen dezelfde vakantieregeling als het voltijds onderwijs. Indien de leerling tewerkgesteld is, volgt hij/zij de vakantieregeling van het bedrijf en niet van de school.

Regelgeving

Onderstaande is enkel van toepassing voor Belgische leerlingen.

Kinderbijslag
Tot 31 augustus van het jaar waarin de leerling 18 wordt, heeft hij recht op kinderbijslag. Wie daarna verder les volgt in het deeltijds onderwijs (CLW), verliest dit recht op kinderbijslag als het loon of sociale uitkering hoger is dan € 520,08 bruto/maand.

Startbonus

  • De startbonus is een premie voor leerlingen jonger dan 18 jaar en tijdens hun leerplicht en in het kader van een alternerende opleiding, een praktijkopleiding volgen of beroepservaring opdoen bij een werkgever. De voorziene duur van de hiertoe gesloten opleidings- of arbeidsovereenkomst moet minstens vier maanden bedragen.
  • De startbonus wordt toegekend voor maximum drie jaar van eenzelfde alternerende opleidingscyclus. Op het einde van elk geslaagd opleidingsjaar heeft de leerling recht op de startbonus.
  • De startbonus bedraagt € 500,00 voor een 1ste of een 2de opleidingsjaar en € 750,00 voor een 3de opleidingsjaar.

Een loon of vergoeding
Leerlingen van het deeltijds onderwijs, die tewerkgesteld worden, krijgen voor hun prestaties een loon of een vergoeding. Dat is afhankelijk van het soort contract dat opgesteld wordt. Hier moet met verschillende factoren rekening gehouden worden. Volgende contracten zijn mogelijk:

  • deeltijds arbeidscontract
  • industrieel leerlingwezen
  • brugproject
  • thuishelper
  • interimcontract
  • individuele beroepsopleiding
  • startbanenovereenkomst 

Voor meer informatie, raadpleeg het centrumreglement.

Ziekteverzekering
Leerlingen met een eigen inkomen moeten een ziekenboekje op hun eigen naam aanvragen bij een ziekenfonds.

BELASTINGEN
Woont de leerling nog thuis en is zijn belastbaar inkomen hoger dan € 3110 netto per jaar, dan is hij fiscaal niet meer ten laste van de ouders. Kinderen van een alleenstaande ouder die minder dan € 4490 netto per jaar verdienen, blijven fiscaal ten laste van de ouder. 

Print-vriendelijke versiePDF versie